kanteltheater WMO

Drie decentralisaties op rij krijgen de gemeenten te verstouwen. De vraag is hoe zij het allemaal rond gaan zetten. Er moet gekanteld worden: in de zorg, bij de gemeente en niet in de laatste plaats: in de samenleving. Maar hoe vertellen we het de mensen? Dat is een vraag waar veel gemeenten mee kampen.

In de plaatselijke krant heeft de gemeente Winsum een uitnodiging geplaatst voor een Kanteltheater in het kader van de veranderingen in de WMO. Nou was ‘theater’ wel een groot woord voor de paar rollenspellen die werden opgevoerd, maar de naam sprak in elk geval voldoende tot de verbeelding om een zaal met circa 200 geïnteresseerden en professionals te vullen. Dat is ook wat waard.

Een aantal rollenspellen moest inzicht geven in de veranderende werkwijze van de gemeente na 1 januari 2015. De situatie voor de kanteling wordt gespeeld: mevrouw komt bij balie van de gemeente, er wordt gecheckt op een aantal criteria en als ze daaraan blijkt te voldoen is de scootmobiel geregeld. Proficiat! In de nieuwe gekantelde situatie worden vijf stappen doorlopen, waarbij een voorziening van de gemeente pas op de laatste plaats komt.

De sketches met tamelijk overzichtelijk casussen (alleen fysieke beperkingen) wekten de indruk dat de kanteling kinderlijk eenvoudig is. Gezellig aan de keukentafel bespreekt de cliënt (die straks natuurlijk niet meer zo heet!) met de WMO-consulent welke doelen ze heeft en wat haar belemmert in het bereiken ervan. Dat doel kan zijn: een schoon huis, bij je dochter op bezoek gaan, zelf boodschappen kunnen doen. Een gesprek van mens tot mens, waarbij de WMO-consulent meedenkt met de burger (die straks natuurlijk niet meer zo heet!) over wat hij/zij zelf zou kunnen doen om het doel op een andere wijze alsnog te bereiken.

Kan uw man u niet meer naar het ziekenhuis rijden omdat hij alleen nog in het dorp rijdt? Dan zou het inschakelen van vrijwilligersorganisatie De Helpende Hand een oplossing kunnen zijn. De vrouw van 65 die door haar reuma haar huis niet meer kan schoonmaken, wordt op het spoor gezet van een witte werkster voor 12,50 euro per uur, die mevrouw gelukkig nog wel uit eigen zak kan betalen. ‘Zorgen voor’ wordt ‘zorgen dat’. ‘Indicatie stellen’ wordt ‘in staat stellen’. Niet meer de regels bepalen ‘het recht op’ een hulpmiddel of voorziening, maar de persoon, diens doelen, mogelijkheden, netwerk en onmogelijkheden.

Juist door hun kinderlijke eenvoud riepen de geschetste voorbeelden veel reacties op in de zaal: ‘Deze mevrouw kan goed onder woorden brengen wat ze wil, kan en wat niet. Maar dat geldt niet voor iedereen, zeker niet voor mensen met psychische beperkingen. Dan werkt zo’n gesprek toch niet?’ ‘Als je straks met iedereen in gesprek gaat, kost dat juist niet veel meer dan nu het geval is?’ ‘Iemand kan wel zeggen dat hij niet over voldoende middelen beschikt, maar hoe toets je dat? ‘Moet je straks eerst je spaarsaldo opmaken aan hulp, voordat je van de gemeente hulp kunt krijgen?’ Of een hele mooie reactie van een oudere dame in de zaal: ‘Er wordt beweerd dat ouderen langer thuis willen blijven wonen. Wie zegt dat? Waar komt dit vandaan? En wat gaat de gemeente doen aan de grote eenzaamheid die straks ontstaat als er geen verzorgingshuizen meer zijn?’

In al haar eenvoud maakte dit kanteltheater, zoals je van theater mag verwachten, zeker wat los bij het publiek. Veel ‘maar-hoe-dan’-vragen, die niet 1-2-3 beantwoord kunnen worden. Of er na 1 januari 2015 veel te lachen valt, waag ik dan ook te betwijfelen. De nieuwe wethouder besloot de avond met de eerlijke woorden: “Ik ga u niet geruststellen dat alles goed zal komen. Wel dat we er hard aan willen werken.”