LoesjeWaaromMoeilijkDoenAlsHetSamenKan

Nederland kantelt. Op alle terreinen vinden veranderingen plaats. Dit is een proces dat al lang aan de gang is, eigenlijk sinds de komst van internet in de jaren negentig. Waren mensen eerder georganiseerd in vaste verbanden, in overzichtelijke zuilen met hiërarchische organisatiestructuren. In de huidige netwerksamenleving organiseren mensen zich steeds meer ad hoc rond bepaalde thema’s en onderwerpen die voor hen van belang zijn. Deze nieuwe tijd brengt nieuwe waarden met zich mee. Mensen willen weer zelf regie over hun leven. Grote, bureaucratische organisaties boeten in aan invloed, gezag en vooral vertrouwen.

De opkomst van de netwerksamenleving leidt tot een continue verschuiving in de rol- en taakverdeling tussen burger en overheid. Na een periode waarin moedertje overheid alles voor haar onderdanen regelde, breekt nu een tijd aan dat burgers weer zelf verantwoordelijk worden gemaakt voor hun leven, gezondheid en leefomgeving. Of ze het nu willen of niet. De overheid doet een stapje terug. Daar is inmiddels ook een financiële noodzaak toe. Taken die eerder door de overheid werden uitgevoerd, moeten nu door de samenleving worden opgepakt. Maar dat gaat niet vanzelf. Zowel overheid als samenleving moeten met oude patronen breken. Het is misschien wel net als bij een huwelijk dat vast loopt. De patronen die in twintig jaar huwelijk zijn ontwikkeld, doorbreek je niet van de ene op de andere dag. Het is oefenen in de praktijk. Vaak met behulp van een mediator, die helpt oude gedragspatronen te herkennen en te doorbreken.

Gedrag veranderen begint bij bewustwording van de onderliggende patronen. Want ook al willen overheden meer initiatief vanuit de samenleving, vaak vormt dezelfde overheid de belangrijkste hindernis voor initiatiefnemers om hun plannen en ideeën te doen slagen.

Ik las onlangs een analyse van de omgang van krimpgemeenten met bottum-up initiatieven. Krimpgemeenten zitten in de voorhoede als het gaat om bevorderen van samenredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van mensen. Dit onderzoek zette heel mooi en herkenbaar uiteen op basis van literatuur waarom bottum-up-initiatieven zo belangrijk zijn, wat de kenmerken zijn van zelforganisatie en wat de voorwaarden zijn voor het succesvol ontwikkelen van bottum up initiatieven. En wat gemeenten al dan niet te doen staat om deze bottum-up-initiatieven te stimuleren.

Het voert te ver om het hier allemaal te noemen. Ik beperk me even tot drie in de praktijk heel herkenbare valkuilen voor gemeenten bij de ondersteuning van bottom-up-initiatieven:

–          overvraag vrijwilligers niet;
–          neemt initiatief niet over;
–          rem initiatieven niet af door te veel procedures en regels te handhaven.

Binnenkort heb ik een afspraak met een gemeente die graag burgerinitiatief wil stimuleren. Het lijkt me fantastisch daar een rol in te mogen vervullen als een soort mediator: bewustwording van oude gedragspatronen en samen werken aan een nieuwe manier van samenwerken, een nieuwe verdeling van taken en verantwoordelijkheden. En dit oefenen! Als faciliterende gemeente moet je soms op je handen gaan zitten waar je eerder de handen uit de mouwen stak. Daarentegen zal een gemeente op andere terreinen juist heel proactief moeten zijn: ruimte en vertrouwen geven, meedenken, stimuleren en enthousiasmeren, kennis inbrengen, mensen verbinden en obstakels wegnemen. Die nieuwe rol is wennen, maar biedt ook veel uitdaging en vooral veel oefening in de praktijk. Maar echt: faciliteren kun je leren!


Antoinette Heijink deed zelf veel ervaring op met bottom-upinitiatief als initiatiefnemer van een tijdelijk dorpshuis in haar eigen woonplaats Winsum. Doel van het tijdelijke dorpshuis in een leegstaand winkelpand was het faciliteren van ontmoeting en initiatief. Het tijdelijk dorpshuis krijgt binnenkort mogelijk een vervolg… Kijk op www.detijdwinsum.nl/downloads voor een verslag van dit project. En volgt @detijdwinsum om op de hoogte gehouden te worden van ontwikkelingen rond dit initiatief.