oke

Wat is kwaliteit van onderwijs?

Regeren is vooruitzien. Ook in het onderwijs. Veel scholen op het platteland kampen met een krimpend leerlingenaantal, jaar op jaar. Daar moet je wat mee. De kwaliteit van het onderwijs moet voorop staan. Daarover is iedereen het eens: onderwijsinspectie, schoolbesturen én ouders. Maar wat is ‘kwaliteit van onderwijs’?

Bij scholen met minder dan 80 leerlingen is de kwaliteit moeilijk te waarborgen. Dat is het uitgangspunt van de schoolbesturen van Lauwers & Eems en VCPO, samen goed voor 35 scholen op het platteland van Noord-Groningen. Onlangs kreeg een aantal dorpen te horen dat ‘hun’ school op de nominatie stond om gesloten te worden of samen te gaan omdat het leerlingenaantal onder de 80 leerlingen ligt of komt.

Ouders van deze scholen vinden louter het feit dat het leerlingenaantal onder de 80 ligt of binnenkort komt geen goed argument voor sluiting. Zij willen alternatieven op tafel. Het gaat om hún kinderen en hún school. Sterker nog: het gaat om de school van het dorp. Dat kan een bovenschools bestuur niet zomaar sluiten zonder het dorp erin gekend te hebben!

Tijdens een avond voor belangstellenden, georganiseerd door dorpsbelangen Garnwerd (één van de dorpen waar de school met sluiten wordt bedreigd) werd één ding duidelijk: de dorpen willen een dialoog. En alternatieven. Ze lieten zich hiervoor gedurende de avond inspireren door sprekers uit het hele land. Ik ben benieuwd hoe het vervolgproces eruit ziet. De avond leverde in ieder geval genoeg gesprekpunten op voor een eventuele dialoog.

De kwaliteit van een school zit niet vast op de grootte van de school, aldus ouders van de met sluiting bedreigde school. Eens. Maar dan moet er wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan: bijvoorbeeld dat je goede, allround leerkrachten hebt, die in staat zijn om te differentiëren, meerdere niveaus tegelijk te bedienen. De leerkracht moet een duizendpoot zijn, want hij/zij zal ook andere taken hebben naast de onderwijskundige taken. Immers: al het werk op school moet door slechts enkele personen worden gedaan, tot en met de inkoop van materialen. Kortom: het vraagt nogal wat kwaliteiten van de betreffende leerkrachten. Overigens is het wel de vraag of dat altijd in het belang van het kind is, zo’n kleine school. Voor het ene kind kan een kleine school een veilige haven zijn, waar het zich prettig voelt. Een ander kind zal zich opgesloten voelen op een school met amper leeftijdsgenootjes.

Een statement die ik tijdens de avond vaak heb gehoord is dat het voor de leefbaarheid van een dorp van levensbelang is dat de laatste school blijft. Maar is dat wel zo? Op basis van het onderzoek ‘Rijk met Kleine Dorpen’ van Jan Dirk Gardenier op het Groninger platteland kun je hier vraagtekens bij zetten. Hij concludeert: ‘Voorzieningen zijn wel belangrijk, maar de aanwezigheid van voorzieningen in het dorp is niet bepalend voor de leefbaarheid’ en ‘Leefbaarheid wordt vooral bepaald door sociale samenhang en een hechte gemeenschap’ (pagina 172/173).

Het interessante van de hele discussie vind ik dat het bovenschoolse schoolbesturen door de dorpsbewoners/ouders min of meer verantwoordelijk worden gehouden voor de leefbaarheid in hun dorp. En dus ook voor het voeren van een dialoog met het dorp. Dat is een verantwoordelijkheid die de schoolbesturen tot op heden vast niet tot hun pakket hebben gerekend. Ik vraag me af of de schoolbesturen die wens in de huidige organisatievorm kunnen én willen waarmaken.

Terug naar de kwaliteit van het onderwijs. Een eenduidige definitie is lastig te formuleren. Wat niet betekent dat je er geen gesprek over moet voeren. De scholen in de krimpregio zijn in de bevoorrechte positie dat het nu onderwerp van gesprek is. Ik hoop dat ze deze kans benutten om het onderwijs ook daadwerkelijk toekomstbestendig te maken. Want dat is mijns inziens een uitdaging waar alle scholen voor staan, niet alleen de scholen die kampen met een teruglopend leerlingenaantal.

Kwaliteit van onderwijs wordt door het Ministerie vooral vertaald in prestaties op het gebied van rekenen, leesvaardigheid en natuurwetenschap. Dat is natuurlijk een veel te smalle definitie. In mijn ogen is de school er om kinderen toe te rusten voor een plek in de maatschappij en kennis te maken met alle facetten van het leven. Natuurlijk hoort daar bij dat je goed leert lezen en schrijven. Maar dat is niet genoeg.

De wereld om ons heen verandert in een razendsnel tempo. Hoe kunnen de scholen van nu kinderen datgene meegeven wat ze nodig hebben in de huidige netwerksamenleving? Dat vraagt naar mijn mening op een fundamentele bezinning op de rol van de leerkracht. Hij/zij is niet meer primair erop gericht kennis over te brengen, maar helpt de kinderen om in de huidige netwerksamenleving een weg en manier te vinden in de overload aan informatie die beschikbaar is. Daar zijn hele andere vaardigheden voor nodig.

Tuurlijk moet de leerling ook leren lezen, schrijven en rekenen (ook al kan schrijven in de hogere groepen beter vervangen worden door het aanleren van typvaardigheden). Hier zijn hele handige ICT-programma’s voor beschikbaar, waarmee leerkrachten veel tijd kunnen besparen op het nakijken van sommetjes. Tijd die besteed kan worden aan persoonlijke aandacht voor en vorming van de kinderen.

Veel scholen hebben adaptief onderwijs hoog in het vaandel staan: het zoeken van manieren om tegemoet te komen aan verschillen in onderwijsbehoeften bij kinderen, omgaan met verschillen tussen leerlingen dus. Maar hoe adaptief zijn scholen zelf? Want volgens mij is dat ook kwaliteit van onderwijs: de mate waarin een school in een veranderende samenleving in staat is mee te veranderen en zo kinderen toe te rusten zelfstandig een plek in te nemen in onze netwerksamenleving. ICT vervult daarin een grote rol en biedt veel mogelijkheden. Ook voor schoolgaande kinderen op het platteland. Laten we die mogelijkheden eens gaan verkennen.